Biodiesel

De zorg voor het milieu is een van de kernwaarden van Volvo Penta. Bij de ontwikkeling van onze producten streven we er steeds naar de emissies te verlagen. De ontwikkeling van hernieuwbare brandstoffen (biobrandstoffen) die in de toekomst kunnen bijdragen tot een vermindering van de impact van dieselmotoren op het milieu, wordt door Volvo Penta vanzelfsprekend als een positieve ontwikkeling gezien.

Daarnaast kan het gebruik van biobrandstoffen in de toekomst leiden tot een situatie waarin de productie van brandstof duurzamer wordt dan tegenwoordig het geval is. Een van de biobrandstoffen die recentelijk is geïntroduceerd, is RME (biodiesel). Deze brandstof wordt gemaakt uit raapzaadolie en methanol. Momenteel is biodiesel het meest gebruikte alternatief voor diesel. Volgens de Europese norm voor dieselbrandstof EN 590 kan momenteel tot 5% biodiesel worden gemengd met normale diesel. Er kan dus al biodiesel aanwezig zijn in de diesel die wordt gebruikt in de maritieme sector.

Volvo Penta raadt zijn klanten aan de dieselmotoren van Volvo Penta alleen te gebruiken met dieselbrandstof die voldoet aan de EU-norm EN 590.

De dieselmotoren van Volvo Penta kunnen worden gebruikt met dieselbrandstof die een hoger mengsel van biodiesel bevat dan 5%. Met andere woorden: een hogere verhouding dan is opgegeven in de EU-norm EN 590. Als een dergelijke brandstof wordt gebruikt, kunnen de emissieniveaus van de motor enigszins toenemen. Ook zal de motor kortere onderhoudsintervallen vereisen om buitensporige slijtage en een kortere levensduur tegen te gaan.

De garantie van Volvo Penta dekt geen schade die wordt veroorzaakt door overmatige hoeveelheden biodiesel.

Volvo Penta heeft de volgende aanbevelingen voor klanten die brandstof willen gebruiken met een hogere biodieselinhoud dan is opgegeven in de EU-norm EN 590:

  • De biodiesel moet van adequate kwaliteit zijn: dit betekent dat de biodiesel moet voldoen aan de EU-brandstofnorm EN14214.

  • Biodiesel is een efficiënt oplosmiddel dat bij het eerste gebruik bestanddelen in het brandstofsysteem kan oplossen. Na een korte gebruiksperiode moet het brandstoffilter dan ook worden vervangen.

  • Biodiesel is een brandstof die geen stabiliteit op lange termijn heeft en kan oxideren in het brandstofsysteem. Het volledige brandstofsysteem moet worden leeggemaakt en met normale diesel worden gebruikt vóór elke langere stilstandperiode, zoals tijdens de winterberging.

  • Biodiesel heeft een negatief effect op een groot aantal rubber- en kunststofmaterialen. Rubberen slangen en kunststof onderdelen in het brandstofsysteem moeten regelmatig worden gecontroleerd en vaker worden vervangen dan normaal, om lekkage te voorkomen.

  • Biodiesel tast de smeercapaciteit van olie aan vanwege het hogere kookpunt. De intervallen voor het verversen van smeeroliën en het vervangen van oliefilters moeten worden gehalveerd ten opzichte van de normale intervallen.