De twee tegengesteld draaiende schroeven zijn naar voren gericht en werken in ongestoord water. De aandrijfkracht van de schroef is evenwijdig aan de romp. Het gehele vermogen stuwt de boot naar voren.
Alle uitlaatgassen worden door de aandrijfeenheden afgevoerd in het schroefwater, dus ruimschoots achter de boot voor een verbeterd comfort aan boord.

De schroeven zijn ruimschoots onder de romp geplaatst om het risico van binnendringende lucht en cavitatie te elimineren, zelfs bij scherpe bochten en bij volle acceleratie.

Naar voren gerichte schroeven, zonder uitlaatgassen door de naaf, minimaliseren de diameter van de naaf. Hierdoor ontstaat een naar verhouding veel groter actief bladoppervlak, voor een veel betere grip op het water.