/SiteCollectionImages/VPC/History/566x228/1950-1959.jpg

1959 - Volvo Penta Aquamatic

Toen Volvo Penta in 1959 bij de New York Boat Show de Aquamatic-aandrijving liet zien, vroegen bootontwerpers over de hele wereld zich af: "Is het mogelijk dat het dit bedrijf uit Göteborg is gelukt de voordelen van de binnenboordmotor te combineren met die van de buitenboordmotor, en tevens de nadelen op te lossen?" Als dit het geval zou zijn, betekent dit een revolutie voor het ontwerp van de romp. Aangezien kunststof recentelijk zijn intrede had gemaakt in de scheepsproductie, zou dit vooral voor de pleziervaart nieuwe mogelijkheden scheppen.

De Amerikaanse fabrikanten, die aan het eind van de vijftiger jaren grote, krachtige buitenboordmotoren hadden uitgebracht, zagen de Aquamatic als een enorme bedreiging en stelden alles in het werk om het revolutionaire ontwerp te neutraliseren. "De muis die brulde" was het commentaar toen Volvo Penta de Aquamatic in advertenties uitbracht. De industrie begon echter snel de voordelen van het concept in te zien.

De binnenboordmotor is robuust, redelijk zuinig in het brandstofverbruik en bevindt zich in de boot, niet blootgesteld aan de wind, het weer en het water. De motor kent een lange levensduur en kan gemakkelijk worden geïnspecteerd en onderhouden. Daarnaast kan het een diesel- of benzinemodel zijn, en blijft de inruilwaarde hoog. De buitenboordmotor heeft ook bepaalde voordelen. De as, de schroef en de besturing kunnen worden geïntegreerd. De manoeuvreerbaarheid is uitstekend en de aandrijving kan worden ingeklapt om vastlopen te voorkomen. De boot hoeft niet te worden voorzien van een roer. Met de Aquamatic van Volvo Penta werd een briljante combinatie van beide benaderingen bereikt.